Workplace bullying (cruelty)

Pesten op het werk

Op 25 mei 2017 kwam ik in Metro UK een artikel tegen over een jonge man die zelfmoord had gepleegd omdat hij op zijn werk werd gepest. Hij werkte bij een Audi dealer in Reading; dat ligt ten westen van Londen, onder Oxford. Pesten is een vorm van wreedheid die voor iedereen zichtbaar is. Pesten is meestal gekoppeld aan een bepaalde plek of omgeving, en dan ook meestal aan een bepaalde hiërarchie, al dan niet denkbeeldig. Tegenwoordig kan de omgeving ook deels of geheel ‘online’ zijn. Je kan worden gepest op en via YouTube of Twitter, op het werk of op school of in de buurt waar je woont of in het zorgcentrum.

Volgens de foto’s die ik online van George Cheese zag, was het een aantrekkelijke jongeman. Hij kwam vaak thuis met gaten in zijn kleding, blauwe plekken op zijn lijf, scheuren in zijn ziel en barsten in zijn gevoel van veiligheid. De gaten in zijn kleren kwamen doordat zijn collega’s hem in brand staken. Toen hij voor zichzelf opkwam nadat ze hem hadden opgesloten in de achterbak van een auto, werd de spot met hem gedreven. Hij werd hardhandig vastgepakt, tegen de grond gedrukt en gestompt. Hij wist niet wat hij met dit gedoe aanmoest, werd depressief (vind je het gek?) en ging naar zijn huisarts. Die schreef antidepressiva voor. Ook dat viel op zijn werk niet goed, natuurlijk.

Wat je hier ziet is iets wat ik heel lang niet heb gesnapt aan de Engelse samenleving. Waarom word je juist meer gepest en ook door anderen gemarginaliseerd als je voor jezelf opkomt? Waarom moet je je mond houden en mag je geen aandacht vragen voor misstanden? Het probleem ligt niet bij het slachtoffer maar bij de mensen die iemand terroriseren. Waarom worden mensen die anderen terroriseren tot helden verheven en zijn de slachtoffers de zwartepiet, wordt de schuld aan hen toegeschreven?

“Er is iets mis met jou, is het niet?” vroeg de leider van de plaatselijke gemeenteraad mij toen ik mijn beklag deed over dat bijvoorbeeld de sloten steeds werden gepikt en er dan rotzooi in mijn flat werd uitgehaald. Men neemt kennelijk automatisch aan dat je iets met je is dat het pesten veroorzaakt, iets dat rechtvaardigt dat je rechten met voeten worden getreden en schrijft dan dat alles toe aan jouw ‘anders zijn’. Wat moet je daarmee? Hij bleef het maar herhalen. “Er is iets met jou, is het niet? Zelf ben ik dyslectisch.” en hij deponeerde me bij de afdeling waar ernstig gehandicapte mensen (mindervaliden, ook al zo’n woord; hoe zo, minder valide?) en moeders met jonge kinderen een woning toegewezen kunnen krijgen. Ik had daar niets te zoeken en niets van te verwachten en dat zei ik dus ook tegen de baliemedewerker toen de goede man weer de lift in was gestapt. Ik had het ook al tegen hem gezegd.

Hij regelde mijn huursubsidie en daar was ik zeer dankbaar voor, maar het ging volkomen aan hem voorbij dat het toch wel heel vreemd was dat iemand met mijn achtergrond in zijn stadje nu al jarenlang in armoede leefde maar in een andere Engelse stad wel degelijk het hoofd boven water had weten te houden. “Er is iets mis met je, is het niet?” De werkelijkheid kan zo onaantrekkelijk worden gevonden dat naar een meer acceptabele verklaring wordt gezocht. Er is iets mis met haar. Dat moet wel. Wat zij vertelt, dat kan nooit waar zijn. En als het wel waar is, dan zal er wel een goede reden voor zijn. Mensen worden niet zomaar gepest.

Vaak wel. Soms gebeurt het puur omdat je het laatst aangenomen personeelslid bent of nog in opleiding.

Je hoort je wonden te likken en stilletjes in een hoekje te kruipen. Je moet je mond houden. Je bek houden. Je kop houden. Want anders ben je maar lastig. Klokkenluiders weten precies waar ik het over heb. Ook bij de kerncentrale Sellafield werd er heel veel gepest en de HR professional die dat durfde aankaarten werd vervolgens zelf aan de kant gezet. Bij het Engelse Landrover Jaguar werd er gepest. De trans-gender ingenieur die werd weggepest, stapte naar de rechter (arbeidsrechtentribunaal) en kreeg gelijk.

Ik snapte niets van wat mij in Engeland was overkomen en kon het dus ook niet uitleggen aan collega’s en anderen in Nederland. Een van hen nam aan dat ik misschien early-onset Alzheimer’s had, want dat kon toch helemaal niet, die rare verhalen van mij? Ik kan het hem niet kwalijk nemen. Het was inderdaad allemaal volkomen bezopen.

“Je moet ook niet aan sociale media doen!” vonden anderen. “Blijf van dat internet weg!” Dat is gemakkelijk gezegd en gedaan als je in loondienst bent, maar als je voor jezelf werkt en op dat moment het geld niet meer hebt om die aspecten van je bedrijfsactiviteiten nog uit te kunnen besteden, ligt het allemaal wat anders. Inmiddels heb ik een boekje en een cursus gemaakt met praktische tips voor hoe je allerlei gedoe kunt voorkomen. Alleen al het gebruik van een foto die je er online net iets anders doen uitzien dan je er in real life uitziet, kan een groot verschil maken. Het kan je voor kwaadwillenden en andere geobsedeerde zielen op straat en in de supermarkt net een beetje lastiger herkenbaar maken waardoor ze je daar dus met rust laten.

Worden gepest, dat gaat op de een of andere manier gepaard met schaamte. Andere mensen worden gepest, niet jij. Zielige mensen. Mensen met jampotjesbrillen. Mensen die heel erg timide zijn. Het heeft een hele tijd geduurd eer het tot me doordrong dat ik gewoon gepest werd. Het idee om te worden gepest was zo onbekend voor mij dat dat lange tijd niet eens in mij opkwam dat ik werd gepest. Ik dacht lange tijd dat ik te maken had met een persoon die ondersteuning nodig had, bijvoorbeeld iemand die autistisch was of misschien de alters van iemand met wat vroeger een meervoudige persoonlijkheid heette. Die schaamte speelt ook mee in hoe je erover praat. Het feit dat je bescherming van anderen moet gaan zoeken omdat je geen idee hebt wat je kunt doen om iets heel vervelends te laten ophouden. Ik wist niet eens wie het deed. Er was dus niemand tegen wie ik kon foeteren, niemand die ik kon vertellen dat het afgelopen moest zijn met die onzin.

Wat moet een jonge knul die nog niet eens 20 is, als zelfs ik niet weet hoe ik pesten moet stoppen en er jarenlang mee heb geworsteld? Wat moet je als je je salaris nodig hebt en daarvoor afhankelijk bent van de mensen die je pesten?

Ik was aanvankelijk verbijsterd toen ik de volgende uitspraak in Metro UK las. Die kwam van Simon Wright, de directe leidinggevende van meneer Cheese.

I was in the workshop when a prank was played on George and he was set on fire. It did not go too far.”

We knew where to draw the line. It was not bullying.”

Pardon? Verklaarde deze man serieus dat hij er bij was geweest toen er een ‘geintje’ met George werd uitgehaald en hij in brand werd gestoken? Dat dit geen pesten was? Dat het allemaal binnen de perken was gebleven en niet te ver ging? Ik vermoed dat hij die uitspraak deed om de aansprakelijkheid te beperken. Als je ‘in brand steken’ vervangt door ‘met een mes steken’ lijkt dat duidelijk te worden. Een klein krasje, ach dat valt op allerlei manieren uit te leggen. Gewoon een beetje een onhandige jongen, die George. Maar als je iets doet waardoor George regelrecht in het ziekenshuis belandt omdat de steekwond te diep is, dan heb je als bedrijf een probleem. Ik kom daar zo op terug.

I was in the workshop when a prank was played on George and George was stabbed with a knife. It did not go too far.”

We knew where to draw the line. It was not bullying.”

Dit is een utilitaristische redenering. Utilitaristisch redeneren is in Engeland veel normaler dan in Nederland. Het is een manier van redeneren die door twee superelitaire mannen is bedacht in de 19de eeuw, Jeremy Bentham en John Stuart Mill, en die hier veel invloed kreeg. In Frankrijk is er kort een soortgelijke stroming geweest, maar de Fransen hebben die resoluut verworpen. Dit gedachtengoed is nog lang niet uit Engeland verdwenen en laait af en toe weer eens stevig op.

Ook in Amerika heeft het een rol gespeeld en je kunt het bijvoorbeeld herkennen in de beslissing van Ford om de Pinto niet aan te passen maar te accepteren dat er af en toe Pinto’s in de fik vlogen. Dat was goedkoper. Het belang van de mensen aan de ene kant weegt zwaarder dan het belang van de mensen aan de andere kant. Als schipbreukelingen besluiten om de zwakste onder hen op te eten om te overleven, zie je dat principe heel duidelijk. Pestkoppen zijn echter voor hun overleven niet afhankelijk van het pesten van anderen en Ford was niet over de kop gegaan als het de Pinto gewoon had aangepast zodat die niet meer spontaan in brand kon vliegen.

George Cheese werd opgeofferd aan het plezier dat zijn collega’s uit het pesten haalden.

De instructierechter in deze zaak verklaarde dat de werkgever geen blaam trof. (Daar ben ik het niet mee eens. Ik kom hier later op terug.) Audi UK tweette daarna een link naar een verklaring op hun website. Omdat ik zag dat er nogal wat negatieve reacties waren en geen enkele positieve, heb ik met Audi contact opgenomen en naar die verklaring gevraagd want die stond inmiddels niet meer online.

Het volgende stond er in die verklaring van 26 mei 2017.

At Audi UK, we remain deeply saddened by the news of the tragic death of George Cheese in 2015 and wish to reiterate our heartfelt condolences to his family and friends.

The inquest heard very personal and painful accounts of events leading to George’s death encompassing all aspects of his life, including his time working for Sytner at its dealership in Reading. We are very sorry for the huge loss felt by all those so tragically affected.

The inquest concluded that a number of factors contributed to George’s death. However, we want to make it clear that both Audi UK and Sytner absolutely condemn any behaviour which is detrimental to the well-being of employees in any of our franchises.”

Dit lijkt mij gepast, zeker gezien de uitspraak van de rechter. Wat hadden ze anders moeten doen? De samenwerking met de dealer beëindigen? Dat zou veel kwaad bloed hebben gezet met verlies van werkgelegenheid en George Cheese zou ook hier de schuld van hebben gekregen.

Ik heb ook contact met de dealer opgenomen om te vragen hoe ze met het gebeuren zijn omgegaan, of het personeel psychologische ondersteuning heeft gekregen omdat het er nogal in kan hakken als je collega zelfmoord heeft gepleegd, zeker als dat door jouw pesten komt, en ook hoe ze wilden voorkoment dat pesten opnieuw zou gaan gebeuren. Ik weet dat er een training is geweest, want die informatie was online te vinden. Van de dealer heb ik echter niets teruggehoord.

Voor mij is George Cheese nog steeds springlevend. Als ik aan hem denk, schieten de tranen me in de ogen. Het artikel over zijn overlijden, met daarin zijn foto, hangt bij mij op de deur van mijn klerenkast. Aan de binnenkant, zodat als ik die deur opendoe, mijn oog vaak op dat artikel valt. Het herinnert me eraan dat ik hier in Engeland misschien toch iets nuttigs zou kunnen doen, dat ik misschien kan bijdragen aan het geluk en welvaren van anderen in dit kader.

Pesten op het werk moet niet kunnen. Als je op je werk ziet dat anderen worden gepest, doe er dan wat aan. Hou niet je mond en kijk niet uit het raam zodat je je blik kunt afwenden.

Voor zover ik kan zien heeft de rechter meer waarde gehecht aan het feit dat George depressief werd doordat hij op zijn werk gruwelijk werd gepest dan aan het feit dat hij op zijn werk gruwelijk werd gepest. Als je wat meer wilt begrijpen van hoe dat mogelijk tot stand is gekomen, kijk dan eens op pagina 51 van het boek ‘Cruelty’ door Kathleen Taylor, in de eerste en tweede alinea onder het kopje ‘Liking and bias’.

De rechter stuurde ook een verslag naar de huisartsenpraktijk waar George Cheese stond ingeschreven en tikte hen licht op de vingers. Probeerde hij te suggereren dat als George zich niet had opgehangen hij wellicht een overdosis van zijn antidepressiva zou hebben genomen? George werd depressief nadat hij bij de dealership was gaan werken. Aanvankelijk was hij de koning te rijk geweest. Het was een collega op zijn werk die hem zei dat hij zich maar op moest hangen. Dat deed George.

Een jaar later kwam ik een soortgelijk verhaal tegen. Iemand werd op zijn werk in brand gestoken. Dat gebeurde in Bristol en al weer had het met auto’s te maken. Deze keer was het een garage. Het slachtoffer, Harry Hayward, bracht een week in het ziekenhuis door. Hij liep brandwonden op in zijn hals, armen en benen en 13,5% van zijn huid was verbrand. Het had erger kunnen zijn. Harry Hayward ontwikkelde daarna PTSD. (Vind je het gek?) De collega die hem in brand had gestoken kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd van 18 maanden, met een proeftijd van twee jaar. Ook moest hij het slachtoffer £7.500 betalen en hij kreeg bovendien een taakstraf van 200 uur. De rechter zei dat hij heel erg geneigd was geweest om deze jongeman meteen voor anderhalf jaar vast te zetten.

Herinner je je nog wat ik over messteken en in brand steken zei? Dat als je een klein krasje oploopt of gaten in je kleding men dat makkelijk kan wegwimpelen, maar dat dat niet meer lukt als iemand regelrecht in het ziekenhuis belandt? Dit is echter geen ‘difference in kind’ maar een ‘difference in degree’. Dat laatste snappen ook veel politici niet, die niet door hebben dat zij met hun gecalculeerde tweedrachtzaaierij misschien wel meer stemmen binnenhalen maar ook voortdurend aanzetten tot geweld.

In het geval van Harry Hayward was het kennelijk niet de bedoeling geweest om Harry in brand te steken, maar alleen de vloeistof die in zijn toilethokje was gegoten tot ontbranden te brengen terwijl Harry op de wc zat. Dat klinkt haast te bezopen voor woorden. We zien toch steeds in TV-series en films dat je zo gebouwen in de fik steekt? Hoe kun je het in je hoofd halen om te denken dat iemand die met zijn broek op de enkels op de wc zit geen scheurtje oploopt als hij door vlammen is omringd die van de vloer komen?

Bij het pesten van George Cheese ging het puur om sadisme, het ervan genieten dat iemand anders lichamelijke en psychische schade oploopt en machteloos is. Het in brand steken van Harry Hayward lijkt meer een pure stommiteit te zijn geweest die het gevolg was van bizarre praktijken op zijn werk.

George Cheese kreeg remvloeistof over zich heen gegoten en vervolgens werden zijn kleren in brand gestoken. Bij Harry werd rem- en koppelingsvloeistof in zijn toilethokje gegoten en die is vervolgens in brand gestoken. Harry liep flinke brandwonden op en ontwikkelde PTSD. George liep gaten in zijn kleding en blauwe plekken op en werd depressief. Het grote verschil is misschien geweest dat George vooral mentale schade opliep en Harry vooral lichamelijke schade.

Wacht even… Wie heeft er hier nu de grootste lichamelijke schade opgelopen? George is dood, Harry niet.

Ook in het geval van Harry concludeerde de rechter dat de werkgever vrij van blaam was. Het was echter op het werk een traditie geworden om spuitbussen in vlammenwerpers te veranderen en elkaar daarmee te bestoken. De spuitbussen waren op, die noodlottige dag dat Harry op de wc zat.

Wat er lijkt te zijn gebeurd is dat George zelfs na zijn dood nog steeds werd gezien als ‘niet ons soort mensen’. Not one of us. George was er niet meer om zich te verdedigen.

Ik heb me afgevraagd waarom George niet gewoon ontslag nam, behalve dat hij het geld misschien hard nodig had en het moeilijk zou zijn geweest om ander werk te vinden. Mogelijk heeft het volgende een rol gespeeld. Bij het ervaren van lichamelijke stress schatten we gevaar vaak lager in dan werkelijk het geval is. Dit is een mechanisme van het endocrien systeem. Het beschermt ons tegen de schade die langdurig hoge productie van stresshormonen kan veroorzaken.

George heeft zichzelf misschien wijsgemaakt dat het allemaal niet zo’n vaart liep, dat het aan hem lag, dat hij gewoon niet zo depressief moest zijn. Hij heeft misschien ook gedacht dat het aan hem lag omdat je immers niet wordt gepest tenzij er iets met je is dat dat pesten veroorzaakt.

Had nou maar iemand luid tegen hem gezegd “Jongen, jij bent het probleem niet! Die gasten op jouw werk sporen niet goed. Kappen, joh. Zeg die snertbaan op! Je verdient beter.”

George was echter wel degelijk bezig geweest met het zoeken van een andere uitweg. Hij wilde het leger in. Dat valt af te lezen uit het rapport dat naar de huisartsenpraktijk is gestuurd.

Ik vond online een groepsfoto van de werkkring van George en zag dat er geen enkele vrouw tussen stond. Waren er geen vrouwen op zijn werk en zou de aanwezigheid van een vrouw verschil hebben gemaakt? Zelf ga ik er wel eens pontificaal bij staan als er hier in de buurt mensen met elkaar in conflict raken. Er wordt hier heel wat afgeschreeuwd. Als het om een klein groepje mannen gaat, is het conflict vaak snel afgelopen als ik alleen maar op de stoep ga staan kijken. Je fungeert dan als een soort geweten, een toetssteen of een rem waardoor die ander zich realiseert dat zijn gedrag een beetje uit de hand aan het lopen is.

Ik vroeg me daardoor af of pesten op het werk iets te maken heeft met de classificatie van Geert Hofstede. Maakt het uit of een land als ‘masculien’ of ‘feminien’ staat aangeschreven?

Deze begrippen zijn aan het veranderen; dat weten we allemaal. Het woord ‘masculien’ is misschien al synoniem geworden met aggressief, koppig, geldverslinden en dwarsliggen terwijl ‘feminien’ steeds meer staat voor soepele samenwerking, diplomatie, wederzijds begrip opbrengen en efficiëntie. Misschien verovert de stijl van Jacinda Ardern de wereld beetje bij beetje en gaan we leiders met nieuwe maten meten. Dat zou ik graag willen zien.

De cultuur van Nieuw Zeeland scoort echter ook hoog op die masculiene schaal. Wat Nieuw Zeeland wel heeft is een kleine ‘power distance’ in tegenstelling tot Engeland met zijn archaïsche feodale klassengedoe.

Wreedheid heeft te maken met hoe iemand anders wordt ingeschat in termen van diens hiërarchische blik. Pesten is een vorm van wreedheid. Je bent de laatst aangenomen collega, de jongste bediende en dat zul je weten ook. Dat zullen we je goed inpeperen. Pesten op het werk kan ook draaien om iemands eigen wanhopige pogingen om hoger op de ladder te komen.

Komt pesten op het werk in Nieuw Zeeland minder vaak door, dan? Volgens gegevens van Statistics New Zealand meldde in 2019 11% van de werknemers in Nieuw Zeeland dat ze werden gepest of getreiterd, maar in onderzoeken ziin ook wel hogere percentages genoemd.

Als je het over pesten op het werk hebt en landen gaat vergelijken, moet je je ook afvragen of dat begrip in die landen dezelfde betekenis heeft. Sommige landen vinden pesten veel meer acceptabel dan andere. In sommige sectoren vindt pesten veel vaker plaats dan in andere. Pesten kost werkgevers gigantisch veel geld en daarom is er steeds meer aandacht voor. Ik denk dat ik wel kan aannemen dat pesten op het werk (workplace bullying) in Engelstalige landen als een vergelijkbare ongewenste manier van gedrag wordt gezien. Ik laat het aan de lezer over om erover na te denken in hoeverre pesten op het werk in Nederland verschilt van pesten op het werk in andere landen.

De Engelstalige Wikipedia geeft er de volgende definitie van:

a persistent pattern of mistreatment from others in the workplace that causes either physical or emotional harm”.

In het VK lijkt pesten op het werk inderdaad veel vaker voor te komen dan in Nieuw Zeeland. Een percentage van rond de 30 werd in 2015 gegeven door het Trades Union Congress, waarbij 71% van alle vrouwen met een lichamelijke beperking een vorm van pesten of beledigingen rapporteerden en 91% van alle personeel vond dat er niet goed werd opgetreden tegen pesten op het werk. Het Chartered Institute of Personnel and Development (HR professionals) had voor de jaren 2017, 2018 en 2019 een percentage van 15 gevonden, maar deelde daarbij mee dat meer dan de helft van de mensen die worden gepest dit niet melden. Zo zou je dan weer op een percentage van rond de 30 komen.

In het VK vindt pesten op het werk vooral plaats in Londen en in het zuidoosten (waar ik woon). Pesten op het werk komt hier vooral van bovenaf. In een onderzoek van Kew Law (arbeidsrecht) gaf 71% van de werknemers bij 131 Britse bedrijven aan dat ze zelf werden gepest of zagen dat anderen werden gepest.

Als collega’s nou eens voor elkaar opkwamen en de pestkop confronteerden met het ongewenste gedrag, dan zou het gepest wel eens kunnen stoppen omdat dat dan gezichtsverlies zou betekenen. Als hoger geplaatsen een lager geplaatst personeelslid pesten en iedereen zijn mond houdt versterkt dat de macht van de pestkop. Hier speelt die ‘power distance’ weer een rol. Je zegt hier in Engeland niet zo snel iets tegen een meerdere. Voor je rechten opkomen wordt hier snel als dom want riskant gezien, laat staan het opkomen voor anderen.

Toch is dat een van de dingen die moeten veranderen. Vooral ook omdat men geen tegenstand verwacht, kan het zeer effectief zijn om niet boos te worden maar kalm je mond open te trekken en zelf een autoritaire houding aan te nemen. Ik heb hier waar ik woon bijvoorbeeld wel eens jongeren toegesproken die op daken klimmen om bewoners (veelal huurders) te pesten. Ze verwachten dat je bang voor ze bent. Ik heb ook wel eens ingegrepen toen mensen doorsloegen en iemand in het drukke verkeer uit zijn auto wilden trekken. Als je ongewenst gedrag negeert, sta je het in feite toe. Het is echter niet gemakkelijk om altijd de nodige energie op te brengen. Het vreet energie. Zelf heb ik hier ook gemerkt dat je er goed voor moeten zorgen dat er ook nog positieve prikkels bij je binnenkomen en je vaak genoeg energie bij kunt tanken.

Op het werk ben je echter samen met je collega’s. Als er iemand wordt gepest, kun je met elkaar afspreken dat steeds iemand anders er tegen op staat als het gebeurt zodat de last niet op de schouders van een enkele persoon terecht komen. Op die manier voelen jullie je allemaal sterker. Pestkoppen kunnen soms een verbazingwekkende ommezwaai vertonen. Soms zijn pestkoppen niet eens pestkoppen maar hebben ze probleem in de persoonlijke sfeer, zoals een verslaafde zoon of dochter, dat veel spanning veroorzaakt die ze niet kwijt kunnen of heeft deze persoon bepaalde software nodig zonder dat die zich daarvan bewust is waardoor er veel minder frustratie en onzekerheid zou kunnen zijn die de pestkop op dit moment nog op anderen uitleeft. Weet je of dat het geval zou kunnen zijn als je een pestkop aan de gang ziet slaan? Zou het kunnen dat de persoon in kwestie uitdagender werk nodig heeft waardoor er geen ruimte voor pesten meer over blijft en zich niet langer verveelt? Soms kun je in een minder gewenste eigenschap van iemand de persoon ook een positieve kant ontdekken en die juist gaan inzetten.


PS Bij mij bleek het uiteindelijk een mix te zijn. Ik werd gepest, maar er was ook een persoon die al in de loop van 2008 een obsessie ontwikkelde en me toen liet weten dat hij mij zou moeten bestuderen en dat hij me dan mogelijk nooit meer los zou laten. Maar wie dat nou eigenlijk was, dat wist ik lange tijd niet, al begon ik wel in de loop van 2011 en 2012 erachter te komen dat het iemand anders was dan het lang had geleken. De identiteit van die man achterhaalde ik echter pas in oktober 2022, nadat ik het bovenstaande tikte.

Wat het pesten betreft, was er was onder meer die zondagmiddag dat ik hier door de straat liep en er twee jongemannen uit een raam vlak boven mij me gedag zeiden. Ik groette terug en vervolgens kieperden de heren een bak met vloeistof over me leeg. Wat moet je daarmee? Dit soort ongein wordt in Engeland als de normaalste zaak van de wereld gezien. Ik heb niet gereageerd en ben gewoon verder gelopen. Thuis heb ik een douche genomen en mijn haar gewassen. Ik nam aan dat de vloeistof water was geweest, maar het had ook bijvoorbeeld urine kunnen zijn.

Maar verder zijn er onder meer dieren aangevallen, zelfs een keer in mijn flat toen ik er niet was, puur om me te pesten of te straffen en te intimideren of manipuleren. Er is er minimaal een gedood, waarna ik het bericht “You needed a kick, a big kick” kreeg. (Daar zat waarschijnlijk een dubbele betekenis in.) Er is een elektrisch roterend snijmes in hun nek gezet. Het werd me duidelijk dat het zoiets was toen ik een patroon in de schade aan de veren begon te herkennen en me afvroeg waar dat door zou kunnen worden veroorzaakt. Later heb ik iemand bij mij om de hoek met zo’n ding in actie gezien, achter een busje dat bij mij om de hoek stond geparkeerd. Hij hield het omhoog, in de lucht, toen ik langsliep en liet het draaien. Ik weet niet hoe zo’n ding heet maar ik weet wel hoe het eruit ziet, dat snijtuig. Ik weet ook dat het waarschijnlijk is gehanteerd door iemand die dit mes vaak gebruikt waardoor de drempel om het te gebruiken laag was. Ik heb net even in het Nederlands erop gegoogeld en het zou een stofsnijder kunnen zijn. Een tapijtsnijder, misschien.

Er is nog veel veel veel meer gebeurd. Ik zou er boeken over vol kunnen schrijven. De persoon in kwestie gaat trouwens nog steeds af en toe mijn woning in, al is de laatste keer dat ik sporen vond van zijn aanwezigheid al weer wat weekjes geleden. (Geschreven op 12 november 2022.)